Voer je cijfers en de bijbehorende wegingen in. De rekenmachine berekent automatisch het gewogen gemiddelde eindcijfer.
#Vak / OmschrijvingCijfer (1–10)Weging
Vul bij alle rijen een geldig cijfer (1–10) en weging (groter dan 0) in.
Format: cijfer, weging — één combinatie per regel of gescheiden door puntkomma. Voorbeeld: 7.5, 2; 8, 3; 6, 1
Controleer het format: cijfer, weging per regel of met puntkomma’s. Voorbeeld: 7, 2; 8, 3
Gewogen gemiddeld eindcijfer:
—
🕑 Recente berekeningen
Wat is een gewogen gemiddelde cijfer?
Bij het cijfer berekenen met weging telt niet elk cijfer even zwaar mee. Een tentamen kan bijvoorbeeld drie keer zo zwaar wegen als een kleine toets. Het gewogen gemiddelde houdt rekening met die wegingsfactoren, zodat het eindcijfer een eerlijk beeld geeft van je prestaties.
Hierin staat C voor het cijfer en W voor het bijbehorende gewicht (de weging).
Stap voor stap: gewogen gemiddelde berekenen
1Noteer alle cijfers — schrijf elk behaald cijfer op, inclusief de bijbehorende weging (bijv. tentamen = 3, toets = 1).
2Vermenigvuldig elk cijfer met zijn weging: 7,5 × 2 = 15.
3Tel de producten op: som van alle (cijfer × weging).
4Tel de wegingen op: som van alle wegingsfactoren.
5Deel de som van de producten door de som van de wegingen. De uitkomst is het gewogen gemiddeld eindcijfer.
Rekenvoorbeelden
Onderdeel
Cijfer
Weging
Cijfer × Weging
Schriftelijk tentamen
7,5
3
22,5
Werkstuk
8,0
2
16,0
Mondelinge overhoring
6,0
1
6,0
Totaal
—
6
44,5
Gewogen gemiddelde
44,5 ÷ 6 = 7,42
Tip: In het Nederlandse onderwijs worden tentamens (schoolexamens) vaak zwaarder gewogen dan kleine toetsen of huiswerkopgaven. Controleer altijd de studiegids of het programma van toetsing en afsluiting (PTA) voor de exacte wegingen.
Veelgebruikte wegingscombinaties
Onderwijsniveau
Onderdeel
Typische weging
Opmerking
VMBO / HAVO / VWO
Schoolexamen (SE)
1–4×
Staat in PTA vastgelegd
VMBO / HAVO / VWO
Centraal examen (CE)
1×
Gelijk gewicht als SE-gemiddelde
HBO
Tentamen
60–70%
Verschilt per opleiding
HBO
Praktijkopdracht
30–40%
Inclusief verslag en presentatie
WO (Universiteit)
Schriftelijk tentamen
50–100%
Soms 100% bepaalt eindcijfer
WO (Universiteit)
Paper / Scriptie
20–50%
Afhankelijk van het vak
MBO
Praktijkexamen
50–60%
Beroepspraktijkvorming telt mee
Gewogen vs. ongewogen gemiddelde
Kenmerk
Rekenkundig gemiddelde
Gewogen gemiddelde
Formule
Som ÷ aantal
Som(C×W) ÷ Som(W)
Gewicht per cijfer
Gelijk
Verschilt per onderdeel
Toepassing
Kleine toetsen, huiswerk
Tentamens, examens, schoolcijfers
Nauwkeurigheid
Minder realistisch bij ongelijke onderdelen
Nauwkeuriger beeld van prestaties
Voorbeeld (4,8,12)
(4+8+12)÷3 = 8,0
(4×1+8×2+12×3)÷6 = 9,33
Welk cijfer moet ik nog halen?
Wil je weten welk cijfer je op de volgende toets moet halen om een bepaald eindcijfer te bereiken? Gebruik dan de onderstaande rekenmachine.
Doelcijfer berekenen
Vul alle velden correct in (cijfers tussen 1 en 10, wegingen groter dan 0).
Nederlandse beoordelingsschaal
Cijfer
Beoordeling
Betekenis
Geslaagd?
9,0 – 10
Uitstekend
Uitmuntende prestatie
✓ Ja
8,0 – 8,9
Goed
Ruim boven gemiddeld
✓ Ja
7,0 – 7,9
Ruim voldoende
Boven gemiddeld
✓ Ja
6,0 – 6,9
Voldoende
Minimumscore voor slagen
✓ Ja
5,5 – 5,9
Bijna voldoende
Net onder de grens
✗ Nee*
4,0 – 5,4
Onvoldoende
Duidelijk onvoldoende
✗ Nee
1,0 – 3,9
Slecht
Ernstig onvoldoende
✗ Nee
* In het voortgezet onderwijs geldt soms een compensatieregeling: een 5 kan worden gecompenseerd door een hoger cijfer voor een ander vak.
Veelgestelde vragen (FAQ)
Bij een gewoon (rekenkundig) gemiddelde telt elk cijfer even zwaar mee. Bij een gewogen gemiddelde krijgt ieder cijfer een wegingsfactor: onderdelen die zwaarder tellen (bijv. een eindexamen) hebben een groter gewicht. Dit geeft een nauwkeuriger beeld van je totale prestatie.
De wegingen staan beschreven in het Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA) voor het voortgezet onderwijs, of in de studiegids en modulehandleiding voor het hoger onderwijs (HBO/WO). Je docent of mentor kan je ook informeren over de exacte wegingsfactoren.
In het voortgezet onderwijs (VO) geldt een compensatieregeling: een enkel onvoldoende cijfer (5) kan soms worden gecompenseerd door een hoog cijfer (8 of hoger) voor een ander vak. De exacte regels verschillen per school en onderwijsniveau. Raadpleeg de examenregeling van je school.
Gebruik de percentages als wegingsfactoren. Als een tentamen 60% en een werkstuk 40% weegt, vul je respectievelijk 60 en 40 in als weging. De formule werkt hetzelfde: (Cijfer1 × 60 + Cijfer2 × 40) ÷ 100. Je kunt ook 0,6 en 0,4 gebruiken — de uitkomst is identiek.
In Nederland geldt voor de meeste schoolvakken een minimumscore van 5,5 (afgerond naar een 6) als voldoende. Voor het eindexamen VO geldt het gecombineerde SE- en CE-cijfer. In het hoger onderwijs (HBO/WO) is een 5,5 of 6,0 de gebruikelijke zakgrens, afhankelijk van de instelling.
Het eindcijfer voor een vak bij het eindexamen bestaat uit het gemiddelde van het schoolexamencijfer (SE) en het centraal examencijfer (CE). In de meeste gevallen wegen SE en CE elk voor 50% mee: Eindcijfer = (SE + CE) ÷ 2. Soms weegt het SE zwaarder, afhankelijk van het vak en de school.
In het voortgezet onderwijs wordt het eindcijfer afgerond op een geheel getal: bij 0,5 of meer wordt naar boven afgerond (bijv. 6,5 wordt 7). In het hoger onderwijs worden cijfers vaak op één decimaal vermeld. Bereken altijd het gewogen gemiddelde vóór het afronden voor de meest nauwkeurige uitkomst.
Bronnen
Rijksoverheid (2024). Wet op het voortgezet onderwijs: Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA). Den Haag: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Beschikbaar via: www.rijksoverheid.nl
College voor Toetsen en Examens – CvTE (2024). Regels en richtlijnen eindexamen voortgezet onderwijs. Utrecht: CvTE. Beschikbaar via: www.cvte.nl
Onderwijsinspectie (2023). De staat van het onderwijs 2023. Utrecht: Inspectie van het Onderwijs. Beschikbaar via: www.onderwijsinspectie.nl
Cito (2022). Normeringen en beoordelingsschalen in het Nederlandse onderwijs. Arnhem: Cito BV.
De Groot, A.D. (1966). Vijven en zessen: cijfers en beslissingen. Groningen: Wolters-Noordhoff.